Genen en trainen

11 mei 2017 Door: Mark Hakkeling

Heb je bij een sportactiviteit wel eens het idee; “dit gaat vanzelf en waarom hebben de anderen hier moeite mee”? Grote kans dat je dan in een energiezone sport waar je genetisch enige aanleg voor hebt. Een lekker gevoel. Toch ben je ook goed trainbaar op de vlakken waar je genetisch minder aanleg voor hebt maar daarin heb je wel je beperkingen.

Een paar voorbeelden:

theo bos
Theo Bos

Baanwielrenner/sprinter Theo Bos is overgestapt naar de weg maar bleef daar net tekort komen. Aan het einde van een koers (na zo’n 200 km), was hij leeg (minder talent voor een “grote motor”) en kon hij zijn aanleg (sprint) niet meer voldoende aanspreken. Uiteindelijk keerde hij weer terug naar de baan.

bauke mollema
Bauke Mollema

Wegwielrennen is een sport waarbij een genetische aanleg voor lang en efficiënt duurwerk essentieel is. Daarom komt het vaak voor dat (genetische) talenten, die pas relatief laat met wielrennen zijn begonnen, met hun aanleg al snel wedstrijden winnen.
Bauke Mollema’s wielercarrière begon op 1 augustus 2006, toen hij als stagiair aan de slag kon bij Team Löwik Meubelen. Al aan het eind van het jaar verkaste hij naar het Development Team van Rabobank. Mollema won in zijn eerste jaar al direct een etappe in en het eindklassement van het Circuito Montañés, (Wikipedia).

Maar wat betekent dat voor je trainingen?

Trainen is gebruik maken van het aanpassingsvermogen van het systeem. Trainingsarbeid, herstel maar ook de keuze en omgang met je voeding is hiervoor essentieel.

Natuurlijk eerst: Waar doe je het voor? Je systeem kan zich binnen marges aanpassen.

Waar wil je je aan aanpassen? Een paar voorbeelden (en natuurlijk is alles heel individueel gedifferentieerd)

Ben je meer duursporter en wil je ook beter sprinten (de 500 meter als schaatser bijv.)

Ben je meer sprinter en wil je ook langere duurprestaties leveren? Je zult de efficiëntie van je energie-systeem op moeten voeren.

Heb je moeite met hoge snelheden en het herstellen hiervan (tussensprints in duursportactiviteiten), middenafstanden in de atletiek of het schaatsen?

Deze voorbeelden zijn vrij algemeen. Wil je specifieker trainen, afgestemd op jouw genen en wensen met daarbij de juiste voedingskeuzes en wil je daar ondersteuning bij? Mail mij: mark@duosport.nl of Duofit; marianne@sportiefopgewicht.nl

En ik? Met mijn genetische profiel van een beetje sprinter en beperkte duuratleet moet ik voor duurprestaties hard blijven trainen. Dankzij die trainingen kan ik dan redelijk meefietsen met mijn vrienden. Voor een sprintje heb ik altijd nog wel de energie (tot 30 seconden) maar sprinten op onze leeftijd is wat sneu.  Elke helling in Limburg of België is al een stuk langer dan 30 sec. dus helaas heb ik ook daar weinig voordeel van mijn genenpakket.

Je kan op dit moment niet reageren.